Naar de inhoud
Zin, naar de startpagina

Onderwerpen

Alle onderwerpen

Kies een onderwerp. Elk onderwerp begint bij een vraag, toont een beeld om mee te spelen, legt de regel uit en laat je oefenen.

16 onderwerpen

Spelling

Werkwoorden met d en t, de verleden tijd, het meervoud, hoofdletters en aan elkaar of los.

  • Spelling

    Werkwoorden in de tegenwoordige tijd

    Ik word, jij wordt, word je, hij wordt. Met de stam en één regel over de t schrijf je elke vorm juist, ook als je de d niet hoort.

    5e-6e leerjaar en 1e graadConcept

  • Spelling

    De verleden tijd en 't kofschip

    Werkte of werkde? De laatste letter van de stam beslist: staat die in 't kofschip, dan schrijf je -te, anders -de.

    6e leerjaar en 1e graadConcept

  • Spelling

    Het voltooid deelwoord

    Gebeurd of gebeurt? Ge + stam + t of d, geen ge- na be-, ver- en zo meer, en een handige proef om te weten welke letter je schrijft.

    6e leerjaar, 1e en 2e graadConcept

  • Spelling

    Het meervoud

    Bomen of boomen, auto's of autos? Het meervoud krijgt -en of -s, en dan verandert soms de spelling. Met klankgroepen hoor je wat je schrijft.

    5e-6e leerjaarConceptMet Kaft Plus

  • Spelling

    Hoofdletters en leestekens

    Op maandag of op Maandag, Belgisch of belgisch? Een hoofdletter voor namen en aan het begin van de zin, en leestekens die zeggen hoe je een zin leest.

    5e-6e leerjaar en 1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Spelling

    Aan elkaar of los

    Pannenkoek, voetbalveld, te veel: samenstellingen schrijf je aan elkaar, soms met een tussen-n of tussen-s, en een paar woordgroepen blijven los.

    6e leerjaar, 1e en 2e graadConceptMet Kaft Plus

Grammatica

Woordsoorten, de of het, zinsdelen en de buigings-e van het bijvoeglijk naamwoord.

  • Grammatica

    Woordsoorten

    Elk woord heeft een taak in de zin. Zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, lidwoord, voorzetsel: met een paar vragen vind je ze.

    5e-6e leerjaar en 1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Grammatica

    De of het

    De tafel, het huis, het tafeltje. Een paar regels helpen, voor de rest leer je het lidwoord samen met het woord. En het lidwoord bepaalt meer dan je denkt.

    5e-6e leerjaar en 1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Grammatica

    Persoonsvorm, onderwerp en gezegde

    Elke zin draait om de persoonsvorm. Vind je die, dan vind je ook het onderwerp en het werkwoordelijk gezegde. En dan spel je werkwoorden zonder twijfel.

    6e leerjaar en 1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Grammatica

    Het bijvoeglijk naamwoord en de e

    Een groot huis, het grote huis, een grote tafel. Wanneer krijgt een bijvoeglijk naamwoord een e, en wat gebeurt er dan met de spelling?

    6e leerjaar en 1e graadConceptMet Kaft Plus

Woorden

Synoniemen en tegenstellingen, spreekwoorden en voorzetsels die vast bij een woord horen.

  • Woorden

    Synoniemen en tegenstellingen

    Vaak of dikwijls, warm of koud. Met synoniemen wissel je af in je tekst, met tegenstellingen maak je duidelijk wat je bedoelt.

    5e-6e leerjaar en 1e graadConceptMet Kaft Plus

  • Woorden

    Spreekwoorden en uitdrukkingen

    Een kat in de zak kopen, de kat uit de boom kijken. Wat de woorden zeggen en wat je ermee bedoelt, zijn twee verschillende dingen.

    6e leerjaar, 1e en 2e graadConceptMet Kaft Plus

  • Woorden

    Voorzetsels en vaste combinaties

    Wachten op, denken aan, bang zijn voor. Veel werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden hebben een vast voorzetsel. Je leert ze samen, als één blok.

    6e leerjaar, 1e en 2e graadConceptMet Kaft Plus

Lezen en schrijven

Signaalwoorden, een goede alinea, een zakelijke mail, en standaardtaal naast tussentaal.

  • Lezen en schrijven

    Tekst begrijpen met signaalwoorden

    Want, maar, daarom, bovendien. Signaalwoorden tonen hoe zinnen met elkaar verbonden zijn. Wie ze herkent, begrijpt een tekst sneller en schrijft er een betere.

    6e leerjaar, 1e en 2e graadConceptMet Kaft Plus

  • Lezen en schrijven

    Een goede alinea en een zakelijke mail

    Een kernzin, een duidelijke volgorde en een passende aanhef en groet. Zo schrijf je een alinea die je lezer volgt en een mail die serieus genomen wordt.

    6e leerjaar, 1e en 2e graadConceptMet Kaft Plus

  • Lezen en schrijven

    Standaardtaal en tussentaal

    Ge en gij tegen je vrienden, je en u in een schoolmail. Tussentaal is geen fout Nederlands, maar het past niet overal. Kies de taal die bij de situatie hoort.

    1e en 2e graadConceptMet Kaft Plus

Fout gezien?

Een paar woorden is genoeg. We kijken het na en passen het aan.

Zoeken

Even laden…

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.