Naar de inhoud
Zin, naar de startpagina
Spelling

Het voltooid deelwoord

Gebeurd of gebeurt? Ge + stam + t of d, geen ge- na be-, ver- en zo meer, en een handige proef om te weten welke letter je schrijft.

6e leerjaar, 1e en 2e graad11 tot 15 jaarConcept: Nog niet nagelezen door een leerkracht Nederlands.

Waarom

Wat is er gebeurd? en Wat gebeurt er? klinken bijna hetzelfde. Hoe weet je wanneer het een d is en wanneer een t?

In de eerste zin staat is: een vorm van zijn. Dan is gebeurd een voltooid deelwoord. In de tweede zin is gebeurt zelf de persoonsvorm, in de tegenwoordige tijd.

Voor het voltooid deelwoord is er een slimme proef. Maak er een bijvoeglijk naamwoord van: een gebeurde fout. Je hoort een d, dus schrijf je gebeurd.

Zie het

Kies een werkwoord. Kijk hoe het voltooid deelwoord gebouwd wordt: ge, de stam en een t of d. Druk op Verleng en hoor welke letter er staat.

Werkwoord
gewerkt. De laatste letter van de stam zit in 't kofschip: t.
Beschrijving van het beeld

Drie blokjes: ge, de stam werk en een groene t, samen gewerkt. Bij Verleng wordt het gewerkte, en je hoort de t. Bij betalen valt het blokje ge weg: betaald.

Snap het

Het voltooid deelwoord gebruik je met hebben of zijn: ik heb gewerkt, het is gebeurd.

Bij een zwak werkwoord bouw je het zo: ge + stam + t of d. Of het een t of een d is, zegt 't kofschip, net als bij de verleden tijd: gewerkt, gewoond, geleefd.

Twijfel je? Verleng het woord tot een bijvoeglijk naamwoord: de gewerkte uren, de verhuisde familie. Wat je hoort, schrijf je.

Begint het werkwoord met be-, ge-, her-, ver-, ont- of er-, dan komt er geen extra ge- bij: betaald, gebeurd, verhuisd.

Eindigt de stam al op t of d, dan komt er niets meer achter: gezet, geland.

Sterke werkwoorden hebben een voltooid deelwoord op -en, vaak met een andere klinker: gelopen, gevonden. Een paar werkwoorden doen het nog anders, zoals gekocht en gedacht. Die leer je uit het hoofd.

De regel

Voltooid deelwoord = (ge) + stam + t of d, volgens 't kofschip. Geen ge- na be-, ge-, her-, ver-, ont-, er-. Twijfel? Verleng het woord.

Uitgewerkt voorbeeld

Vul in: Mijn tante is vorige maand …. en Mijn tante … volgende week. (verhuizen)

  1. In de eerste zin staat is: je vult een voltooid deelwoord in.

  2. Verhuizen begint met ver-: geen ge- erbij. Verleng: de verhuisde familie. Je hoort een d.

    verhuis + d = verhuisd

  3. In de tweede zin is het werkwoord zelf de persoonsvorm, bij mijn tante (zoals zij): stam + t.

    verhuist

  4. Antwoord

    Mijn tante is verhuisd en mijn tante verhuist.

Doe het

Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.

Oefenen

Schrijf het voltooid deelwoord van huilen: ik heb of ik ben …

Schrijf het voltooid deelwoord van huilen: ik heb of ik ben …

Let op elke letter: zo schrijf je het op een toets.

Valkuilen

  • Fout: Wat is er gebeurt?

    Er staat is: het is een voltooid deelwoord. Verleng het: een gebeurde fout. Je hoort een d.

    Juist: Wat is er gebeurd?

  • Fout: Ik heb de rekening gebetaald.

    Betalen begint met be-. Zulke werkwoorden krijgen geen extra ge-.

    Juist: Ik heb de rekening betaald.

  • Fout: Ik heb mijn tas op tafel gezett.

    De stam zet eindigt al op t. Er komt niets meer achter.

    Juist: Ik heb mijn tas op tafel gezet.

In het echt

  • Een melding op je gsm: Je pakje is bezorgd.
  • Een mail van de school: De toetsen zijn verbeterd en de punten staan online.
  • Op de rekening in het restaurant: Betaald, bedankt en tot ziens.

Aan tafel

Zoek samen in een krant of op een website een voltooid deelwoord dat op d eindigt en een dat op t eindigt. Werkt de verlengproef bij allebei?

Een vraag om samen over te praten, voor ouders en kinderen. Er is geen fout antwoord.

Fout gezien?

Een paar woorden is genoeg. We kijken het na en passen het aan.

Zoeken

Even laden…

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.